zondag 23 juli 2017

Niet zo eenvoudig

Niet zo eenvoudig.



Sinds enige tijd konden Hans en ik eindelijk weer met elkaar penvissen. Hans wilde graag weer in het mooie West-Friesland zijn geluk beproeven en ik kan hem daar geen ongelijk in geven!
Tijdens onze gezamenlijke sessies, bleek het regelmatig lastig te zijn om de karpers aan de schubben te komen. Gelukkig gaat dat de laatste tijd wat beter. De vorige keer wist ik bij Hans twee prachtige, flinke ‘schubs’ te vangen, maar nu is het tijd om mijn ‘schuld’ in te lossen. Wel maak ik mij een beetje zorgen om de weersomstandigheden; een voorspelling van 27 graden Celsius. Ik hoop dat de voorspelde bewolking ook waarheid wordt.

Om 5:00 arriveert Hans bij mijn huis. Een korte groet en al snel rijden we naar de wateren. Mijn plan is om twee verschillende wateren te bevissen. Onderweg stoppen we bij het eerste water om enkele voerplekken te maken. Hans maakt van de gelegenheid gebruik om enkele foto’s te schieten van de omgeving en de langzaam ontwakende wereld. Prachtig, dit soort ochtenden…
We doen het rustig aan en lopen samen het water langs. Drie voerplekken zijn gemaakt en daarna zitten we weer in de auto, op weg naar het tweede water alwaar wij ook meteen zullen starten met het penvissen op karper. De meest aantrekkelijke plekjes worden aangevoerd. Ik laat vandaag de ‘hotspots’ over aan Hans; een bepaalde kant van een duiker, een vuilbalk, bepaalde rietplukken, in de hoop dat er een mooie vis voor hem aan de kant komt.

Hans plaatst zijn montage tegen het vuil aan, dat zich ophoopt tegen de vuilbalk, ik plaats mijn pennetje voor een duiker. Een meter of 25 zitten we van elkaar vandaan. En, zoals zo vaak op deze stekken, hoor ik binnen een kwartier een hengel door de lucht ‘zwiepen’. Eventjes zie ik de hengel van Hans krom staan, maar de boel veert snel weer terug naar de oorspronkelijke vorm. Er wordt wat gemopperd door ons, maar het vertrouwen in de vangst van een karper is wel gestegen; ze zitten er!
Hans schuift op richting zijn tweede voerstek. Deze ligt op een T-splitsing, waar her en der groepjes kleine lelies in het water ‘staan’. Ik besluit ook naar mijn tweede stek te wandelen, niet ver van Hans vandaan. De rietplukken lachen me vanaf een afstand al tegemoet, maar als ik hier een minuut of 10 zit blijken die rietplukken me, achteraf gezien, uitgelachen te hebben; geen karper. Hans is inmiddels aan zijn derde stek toe; ook uitdagende rietplukken. En ook nu ‘zwiept’ de hengel van Hans de lucht in, de hengel staat krom maar ook nu veert het zaakje weer terug in oorspronkelijke vorm. Ongelofelijk…. We beginnen ons nu wel een beetje achter de oren te krabben.
Goed. Na de eerste ronde langs onze voerstekken beginnen we weer opnieuw. De bel klinkt voor de tweede ronde!

Hans zit weer bij de vuilbalk, ik zit weer bij de duiker, maar nu aan de andere kant. Dit omdat er uitdagende, losstaande rietstengels dicht langs de oever staan. Ook is de stroming iets minder sterk langs die kant. Mijn zelf geweekte en gekookte tijgernoot wordt voorzichtig tegen zo’n rietstengel aan  geplaatst. Al snel zie ik enkele rietstengels omver geduwd worden, maar ik hoor een zwiepende hengel bij de vuilbalk vandaan komen. Hans heeft het aan de stok met een karper! Voorzichtig haal ik mijn pennetje uit het water en leg de hengel behoedzaam op de kant, voordat ik naar Hans loop.
De karper weet van wanten, maar Hans ook! De vis wil onder de vuilbalk door vluchten, maar Hans kan dat beletten en ‘stuurt’ de vis naar een plek waar Hans de vis veiliger kan drillen. Ik schiet enkele plaatjes met mijn telefoon tijdens de dril, totdat ik de vis uit het water kan scheppen. Het is een prachtige polderschub! Eentje met een zeer degelijk formaat. Hans en ik genieten nog even na en dan glijd de vis zo weer het water in. Prachtig!!


Ik loop weer terug naar ‘mijn’ stek en plaats het pennetje tegen dezelfde rietstengel aan. De rietstengels worden nog steeds alle kanten opgeduwd en plots begint mijn pennetje te ‘lopen’! Ik wacht totdat de twee volgwakers ook verdwijnen en sla dan aan. Een felle rakker neemt een sprint, maar ook bij mij veert de boel snel weer recht. Ik baal eventjes, maar niet zo erg want het was geen forse vis. Het blijft wel jammer…

Hierna loop ik weer de diverse voerstekken af, continue op zoek naar activiteit. Hans doet hetzelfde. Het wordt duidelijk dat een voerstek van Hans meer aandacht krijgt van karper, dan alle andere voerstekken bij elkaar. De vissen lijken in de loop van de tijd toch andere plekken te bezoeken om hun voedsel bij elkaar te scharrelen. Uiteindelijk beland ik weer bij de duiker waar ik binnen een uur twee karpers weet te strikken! 



Hans mist nog een flinke aanbeet en dan vervliegt de activiteit van karper. Plannen worden gemaakt om naar een ander water te verhuizen. Het water waar we vanmorgen vroeg als eerste gevoerd hebben. Inpakken en wegwezen! En maar snel de ‘lossers’ en ‘missers’ vergeten…..
Na een ritje met de auto van 10 minuten komen we bij het andere water aan. Ook hier staat er nagenoeg altijd een sterke stroming/trek. Het wordt er allemaal niet makkelijker op, maar de vissen die je hier kunt vangen kunnen alle ellende doen vergeten. Met die wetenschap vis ik dan ook vaak met plezier hier, al helemaal als ik Hans op bezoek heb.
Een kleine hand voer wordt op de voerstekjes losgelaten. Het is dan ook een fiks aantal uren geleden dat we hier geweest zijn en dan weer een beetje bijvoeren kan nooit kwaad. Ik vertel Hans waar hij het beste positie kan nemen bij de duiker. Een plekje waar ik de laatste tijd veel karper vang. Ikzelf ga aan de andere kant van de duiker zitten. Ook nu gaat het toch wel snel; ik sla mis, Hans haakt een karper maar die lost. Wij mopperen weer, Hans legt weer in, ik krijg tikjes op de pen, Hans slaat vast op een machtige vis en die blijft eindelijk zitten!! Ook nu vangt Hans een flinke schub. Het is hier zaak de vis hoog in het water te houden, anders vluchten ze resoluut het lelieveld in en dat hebben we liever niet. Het glasvezel waar Hans mee vist vangt de klappen goed op en de vis lijkt geen schijn van kans te hebben. Op de vierkante meter wordt de vis moegestreden en na een minuut of 7 schep ik de vis uit het water. Een prachtige, Westfriese schub is voor eventjes van Hans en we zijn er maar wat blij mee!


Dit zou de laatste, gevangen vis vandaag worden. Ongeluk/pech blijft ons achtervolgen(nog enkele lossers/missers). Het vergt aanpassen van je techniek en materialen om te vissen in redelijk sterk, stromend water. Denk bijvoorbeeld aan het op de bodem houden van je aas, moment van aanslaan, lijnzwemmers en nog veel meer zaken. Ik ben van mening dat je in dit soort wateren niet met systemen moet gaan vissen die vergelijkbaar zijn met stilstaand water, tenzij sterk aangepast. Maar goed, vaak genoeg gaat het wel goed. De eigen zoektocht naar de juiste manier blijft ontzettend leuk en leerzaam en met wie kan ik dat nou beter doen dan met Hans?

Groet,

Dale






donderdag 22 juni 2017

Zomaar een avond

Zomaar een avond.

Na lange tijd niet meer in de avond gevist te hebben (ik ben meer een ‘ochtendvisser’), besloot ik afgelopen dinsdagavond toch maar eens te proberen.
Een lange poldersloot bij mij in de buurt, die ik ook al heel lang niet meer bezocht heb, zou ik weer eens vereren met een bezoek. Ik schrok het avondeten naar binnen en ben al snel onderweg. Jammer dat onderweg mijn darmen weer beginnen op te spelen. Terugrijden naar huis heb ik geen zin in: dit kost teveel kostbare tijd. Dit heeft wel als consequentie dat ik serieus na moet gaan denken over een plek in de natuur…



Ik parkeer mijn Berlingo’tje langs de polderweg die direct langs ‘mijn’ water loopt. Met samengeknepen billen maak ik vier voerstekken. Dan loop ik weer terug naar de auto en pak mijn spullen. Ik moet NU verlost worden! Nood aan de man.
De opslagruimte van mijn vistas is een emmer. Hier is de tas omheen gebouwd. Als ik de emmer ontdoe van de visspulletjes en vul met uitgedroogd gras, is er een prima wc’tje ontstaan! Maar waar moet ik gaan zitten? Nergens hier kan ik mij aan fietsers, auto’s en wat al niet meer onttrekken. Dan gooi ik maar de achterbank plat van de Berlingo en hoop maar dat niemand iets opvalt. De emmer zit uitstekend! Het lukt vlot en snel en niemand komt mijn autootje voorbij… Wat ben ik opgelucht!
En dan kan er nu daadwerkelijk gevist worden… Er waait een keiharde wind en de hoge, dikke rietkraag wuift bijna plat. Niet echt ideaal hier.

Mijn eerste voerstek ligt bij een kunststof, geribbelde buis. Deze verbindt twee wateren met elkaar. Regelmatig stroomt het hier flink en allerlei vis houdt zich hier op. Mijn pennetje ligt ook hier weer precies langs de stroomnaad en het aas ligt op zeker een meter diepte. Het is hier bij de buis veel dieper dan in het overige gedeelte van de sloot.
Er is hier roofvis aan het jagen. Continue spatten er grote groepen vis uit elkaar. Vooral jong spul. Het lijkt wel alsof er baars jaagt en af en toe een snoek. Te midden van al dit geweld ligt mijn pennetje. Tot twee keer toe schiet mijn pen onder, maar komt dan ook weer snel aan de oppervlakte. Dan blijft het weer een flinke tijd rustig. Vanwege het vele vis hier, strooi ik nog maar eens twee handen voer bij en ga dan naar de volgende stekken. Deze lijken uitgestorven. Iets wat ik op voorhand vermoedde bij aankomst met mijn auto. Maar goed, altijd blijven proberen!

Na een uurtje kom ik weer terug bij de buis. Er wordt nog steeds flink gejaagd door roofvis. De roofvis lijkt zijn/haar aanvallen zelfs te intensiveren. Regelmatig krijgt mijn pennetje een ‘tik’ van vis die interesse heeft in mijn aas, maar geen doorzetters. Na een half uur wil ik eigenlijk een andere stek bezoeken, maar juist op dat moment zakt mijn pen de diepte in! De hengel geef ik een haal richting de blauwe hemel en dan sprint er een karper als een speer weg. De slip van de molen loopt als een zonnetje, de hengel staat krom. Het is een felle rakker, maar na enkele minuten kan de vis mijn schepnet niet meer ontwijken. Hij is groter dan ik dacht: 68 cm. polderschub. Even wat foto’s en dan zet ik de vis via mijn schepnet weer snel terug. Prachtige vis!




Ik strooi weer wat voer bij en besluit een duiker op te zoeken. Ook rond deze duiker heb ik vaak een vis mogen vangen, maar dat was, op een uitzondering na, in de ochtend. Dat geldt overigens voor dit gehele water: meer kans in de ochtend, dan in de avond. Ook harde wind kan hier een spelbreker zijn. De gevangen karpers in dit water komen bijna alleen op de kant bij windstil tot bijna windstille omstandigheden. Maar goed, dat zijn mijn eigen ervaringen op dit water.
De duiker levert niets op en na een 45 minuten loop ik weer terug naar de buis. Het pennetje staat weer perfect. Ondertussen is er een jager bijgekomen: direct boven mijn hoofd heeft de Stern ook vis gezien. Ik volg de bewegingen van de Stern en telkens, na een duik, neemt de Stern weer een andere ‘aanvlieg route’. Prachtig om te volgen! De Stern kijkt naar voren en laat zijn karakteristieke geluid uit de keel ontsnappen. Ik kijk naar de richting waar de Stern naar toe keek en een soortgenoot werd aangeroepen. Ondertussen kolkt het weer rond mijn pen van de jagende roofvis….
Een aanbeet blijft verder uit. Ook na een uur wachten. Ik ga naar huis.

Groet,

Dale

maandag 19 juni 2017

De weidse polders

De weidse polders.
Foto:Peter Linzell.


Na het veelvuldig overleggen van data, is het dan eindelijk zover: Peter en ik kunnen sinds een jaar of 10 weer met elkaar vissen. Besloten wordt om in ‘zijn’ visgebied te vissen en ik kijk daar ontzettend naar uit!

De wekker gaat om 2:30. Het belooft vandaag zeer warm te worden en dat vind ik jammer. Daarom juist zo vroeg mogelijk beginnen. Om 4:00 sta ik bij de woning van Peter. De voordeur staat al open. Snel wordt er een bak koffie naar binnen gewerkt en dan gaan we op pad, richting de polder.
Om 4:50 stappen we de auto uit en vertelt Peter het een en ander over de eerste stek die we gaan bevissen. Veel hoeft Peter niet meer te vertellen, want overal in dit water zien we azende karpers. Wel lijken ze erg nerveus en dat is niet zo gek; een enorme sliert wandelaars passeert ons! Tot een uur of 7:30 gaat dit door…. De eens zo rustige polder, in dit gedeelte, is even het toonbeeld van grote drukte. Toch, de laaghangende mist en de zon die daar doorheen schijnt geeft mij een gevoel van geluk. Dit soort ochtenden kunnen machtig mooi zijn. Ik blokkeer de wandelende mensensliert voor mezelf.

Omdat dit water geen grote obstakels herbergt, heb ik een lichtere penhengel opgetuigd. Het is lang geleden dat ik ‘lichter’ heb gevist dan gewend en ik vond dit een mooie gelegenheid. In een ander gedeelte van het water zag ik een zeer grote karper door sterke rietplukken rossen. Ik werd daar een beetje bang van en besloot hierop toch maar mijn ‘beul’ in te gaan zetten. Rond 7:30 komt Peter naar mij toe en overlegt om te verkassen naar een ander gedeelte van de polder. Hij heeft een karper gelost, maar verder geen kansen meer gehad op karper. Ik heb enkele, kleine ‘tikken’ op mijn drijvertjes gehad(het is ook nog een zeer ondiep water), maar meer ook niet.
Ik stem in met Peter om te verkassen. Peter waarschuwt mij wel dat we een lange wandeling voor de boeg hebben, maar dat vind ik juist fijn. En zo wandelen we ver weg van de mensen, diep de polder in…
Na een twintigtal minuten komen we aan bij een water waar we karpers zien azen. We maken enkele voerplekjes en vissen deze om beurten af. Helaas is de karper niet te verleiden tot ons aas. Langzaam aan wordt het ook warmer en staat er hier maar weinig wind op het water. Peter heeft nog een troef in handen; een water, nog dieper de polder in, waar de wind vol in de lengterichting staat. Dat water is ook dieper dan de wateren waar we tot nu toe in gevist hebben. Het ‘lot’ van de penvisser; zoeken, proberen, verder zoeken, struinen. Als een koppel jagers, jagen we de karper achterna.
Na een prachtige wandeling door ruig landschap, hoog, nat gras, langs prachtige wateren en volgend door koeien, lopen we een plankje over, welke ons in staat stelt om het eerder vernoemde water te bereiken. Niets anders dan water en weiland om ons heen. We gaan hier vissen in originele wateren, met een origineel bestand aan karper. Wat wil een penvisser nou meer? Misschien een karper vangen, maar hier mogen en kunnen vissen is al een hoofdprijs op zich.

Peter en ik maken enkele voerplekjes bij losstaande, verder in het water staande losse rietplukken. Ik zit amper bij mijn eerste voerstekje of ik zie al een rietpluk ver ‘omgeduwd’ worden. Duidelijk een signaal van karper! Mijn hart slaat eventjes enkele slagen over en geconcentreerd blijf ik naar mijn pennetje kijken, welke niet meer dan een centimeter boven het wateroppervlak uitsteekt.
Het pennetje ‘hobbelt’ twee keer en duikt dan de diepte in. Ik sla mis en overal ontstaan bellen en donkere modderwolken. Ik ben te vroeg geweest en baal intens. Ik kijk Peter aan, die twintig meter van me vandaan zit. Met een ‘nee’ schuddend hoofd maak ik Peter duidelijk dat ik gemist heb. Eventjes scheld ik in en tegen mezelf. Ik herpak mezelf, gooi wat voer op de stek en loop dan richting de tweede voerstek. Hier gebeurt weinig en na een kwartier loop ik weer voorzichtig terug naar de stek van de misser. Ik loop ver van de oever en loop, ter plekke van de voerstek, in een gehurkte houding dichter naar de oever. Ik zie wel drie a vier groepen aasbellen. Ze zitten op het voer!
De rietstengels worden alle kanten opgeduwd en ik moet mezelf beheersen. Uiterst voorzichtig plaats ik mijn pennetje tussen al dit geweld. Ik sla nog maar eens aan op een weifelende aanbeet en mis weer. Maar de vissen azen door. Ik gebaar naar Peter dat er zeker wel drie vissen op het voer zitten en gebaar hem of hij naar mij toe wilt komen. Op het moment dat Peter wil komen kijken, krijgt mijn pennetje twee tikken en zeilt dan weer weg. Ik wacht nu iets langer en geef dan de hengel een zwieper. De karper is gehaakt! Een massieve vis neemt een sprint van jewelste. De slip giert het eventjes uit. Het ‘zigzaggende’ vluchtgedrag van de vis geeft mij een goed gevoel: dit is een oer vis uit een oer gebied.
Peter staat naast mij en is, net als ik, in extase als we een glimp van de vis zien. Na een dril van ongeveer een minuut of 10 ligt er een prachtige vis op de kant van 72 cm. Ik kan mijn geluk niet op. De vis is snel van de haak verlost. Nog eventjes bewonderen we de schoonheid en puntgave bek(waar met gemak een flinke aardappel in past) van de vis, voordat ik de vis weer in haar/zijn element plaats. Peter en ik geven elkaar een high five en een luidruchtige ‘Yes’ ontsnapt uit onze kelen.



Ik voer weer wat bij en loop richting mijn derde voerplek. Dit is bij een kom met rietplukken en een buis die het water met ander water verbindt. Ik zit hier amper of ik zie nieuwsgierige koeien mijn kant op komen. Dat moeten we niet hebben, want ze kunnen ook het land op waar Peter en ik zitten te vissen en kunnen de karper verjagen met hun logge lijven, die een enorme trilling kunnen veroorzaken in het water. Ik pak dus snel mijn boeltje bij elkaar en verkas terug naar mijn tweede voerplek. De koeien volgen gelukkig niet.

Er breekt nu een tijd aan van weinig activiteit op onze voerstekken. Peter vangt weliswaar enkele grote ‘Ruisers’, maar de karper laat zich nu niet verleiden. Af en toe horen en zien we, flinke karper op het water ‘klappen’. We blijven dan ook door vissen en geven de moed niet op, ondanks de hitte.
De tijd verstrijkt, de zon brandt flink op ons in. Gelukkig staat die wind er nog en heb ik een petje op m’n knar, want een zonnesteek kan zomaar op de loer liggen. We schuifelen van voerstek naar voerstek. Af en toe, bij het voorzichtig lopen naar een ander voerstek, zie ik een zware boeggolf vanuit de kant vertrekken. Machtig mooi om te zien, maar ook een teken dat er nog voorzichtiger gelopen moet worden.
Omstreeks 12:15 krijg ik kleine tikken op de pen. Net alsof er witvis met je aas speelt, maar ik weet dondersgoed dat dit net zo goed karper kan zijn. Sluw zijn ze; doen alsof ze een witje zijn, maar ondertussen… En alsof het zo had moeten zijn: Peter komt zojuist op mij af gelopen en de pen duikt weer diep weg. Ik haak weer een sterke karper! Kleiner en torpedovormiger dan de eerste, maar minstens zo woest! Ook deze vis perst er een ‘zigzaggende’ sprint uit, schiet richting de overkant, waarna ik weer zeer snel nylon moet binnen draaien, omdat de vis weer een schot naar mijn eigen oever sprint. Machtig mooi….gewoon machtig mooi…
Peter en ik feliciteren elkaar weer en Peter is blij dat ik hier karper heb gevangen. Missie geslaagd! 


We penvissen nog even door, maar nadat Peter een voorntje heeft gehaakt houden we het definitief voor gezien. De wind valt weg en het is inmiddels 13:45. De pijp is aardig leeg en we moeten nog een half uur terug wandelen.Tijdens de wandeling terug is de hitte pas echt goed te voelen. Het zweet gutst van mijn lichaam, maar dat is het dubbel en dwars waard…
Peter, bedankt voor dit geweldige avontuur en deze prachtige mogelijkheid om een kijkje te mogen nemen in ‘jouw’ unieke gebied! Laten we er gauw een 'Dale 2' van maken😉

Groet,

Dale


zaterdag 3 juni 2017

Vechtmachine

Eindelijk weer tijd om een paar uurtjes 'te pakken'. Na een flinke reeks diensten moet dat koppie leeg.
Nu is dat niet eenvoudig bij mij, maar toch moet dat.

Bij het wakker worden voel ik meteen dat het niet goed zit. Ik heb flinke last van mijn darmen en ik ben uitgeblust. Ik vraag me af of het wel verstandig is om te gaan vissen, maar toch moet dat.
Met een 'watterig' hoofd en darmen die alle kanten opvliegen, zet ik een potje koffie en pak ik mijn boeltje bij elkaar. Zo'n ritme blijft erin.
Als een zombie rijd ik naar de stek. De lelies zijn flink gegroeid sinds de vorige keer dat ik hier was. Ik weet dat als ik een vis hier haak, ik alle zeilen moet bijzetten. Elke dril hier is zwaar, maar hoe ik mij nu voel, zal een dril voelen als het einde van de wereld.
Toegang tot...?

Ik maak kleine, compacte voerstekjes en schop mezelf onder mijn hol om door te zetten. Komt dat 'tanden bijten' toch weer om de hoek...

Het pennetje plaats ik in een opening tussen de lelies. Handig, zo'n lange hengel. Langzaam zakt het zaakje naar de bodem. Het pennetje steekt niet meer dan een halve centimeter boven het water oppervlak uit. Alsof mijn 'zombie' gevoel niet al genoeg is, maakt er een vreemde spanning zich van mij meester...

Tussen de lelies geen activiteit. Dan maar weer richting de duiker, waar ik de pen precies langs de stroomnaad plaats. Behoedzaam leg ik de hangel naast mij in het hoge gras. Ik controleer of de lijn niet ergens vastloopt in het gras op de kant. Het gaat allemaal behoedzaam en gecontroleerd. Ondertussen kijk ik ook bezorgd rond waar ik eventueel een urgente, hoge nood 'geval' zou kunnen pareren, dan wel los kan laten....


Dan zoeft de pen plots onder! En hij blijft onder. De lijn begint te lopen en ik ram de hengel de lucht in. De karper is gehaakt. Een explosie onderwater, bellen komen aan de oppervlakte, de hengel slaat volledig dubbel. Wat ben ik blij dat ik met eersteklas spul 'werk'...
Schoon stuk...
De vis perst er een onhoudbare sprint uit en boort zich 15 meter links van mij in de lelies. Daarna ragt 'ie ook nog eens in een haakse hoek naar de overkant. Ik voel de lijn langs de stengels schuren, de vis zit er nog aan. De staart van de vis zie ik aan de overkant klappen geven op het water. Ik ben even perplex en ik kan niets uitbrengen. Niet vanwege de grootte van de vis(die is niet zo bijzonder), maar van de kracht. Ik zeg tegen mezelf: 'Hier gaat het nu om. Dit is vissen...'
Ondertussen heeft de vis zichzelf dus vast gezwommen. Ik loop dus 15 meter naar links, zodat ik recht tegenover de vis sta. Ik geef een beetje druk, maar gooi daarna de druk eraf. Niet helemaal, maar een beetje. En weer lukt het me om een vast gezwommen vis los te krijgen. Goed voor het zelfvertrouwen! Ik houd mijn hengel hoog en voer de druk nu maximaal op. Vooral omdat ik nu een vis aan het drillen ben tussen de lelies. De vis blijft 'hoog' zitten, maar is er nog niet klaar mee. Vlak voor de kant schiet de vis naar links en dan weer naar rechts. Om gek van te worden.
Dan ligt de vis opeens recht voor m'n neus. Nog niet helemaal schepklaar, maar mijn schepnet had ik toch al in het water gelegd. Ik ros het net dwars door de lelies heen en zo zit de vis in het net. Er wordt nog een vluchtpoging ondernomen, maar gelukkig heb ik het net goed vast.
Het net wordt gesloten zodat de vis niet meer kan vluchten. Ik slaak even een zucht van verlichting. Pfoei..... Dat was 'randjes' werk.



Een prachtige vis leg ik in het hoge gras. Ik twijfel: het lijkt op een wilde karper, maar(bij navraag) is het een verwilderde vis. Toch zit 'ie wel dicht tegen de oerkarper aan.
De haak is snel verwijderd. Ik geniet nog heel even van de vis en dan maar weer de vrijheid tegemoet.
De dril heeft veel van me gevergd, vooral omdat ik me ook niet erg goed voelde. Ik pak in. Het is mooi geweest. Ik heb de hoofdprijs.


Slapen.

donderdag 18 mei 2017

Een eenvoudige visser


Ik heb naar vandaag(9 mei) uitgekeken. Gewoon, om te penvissen op karper. Het is wel een aparte visserij zo af en toe: eerst wachten totdat mijn dochters naar school gaan en dan kan ik zo rond 8:50 starten met voeren. Dit zijn vreemde tijdstippen om te starten, want voor wat betreft mijn visserij kan het mij niet vroeg genoeg. Ach, we nemen het maar zo als het is.

Voor vandaag was er een fijne temperatuur voorspeld, maar ook perioden met regen. Zoals ik wel eens eerder heb verteld, vind ik het weerbeeld niet eens zo belangrijk maar de temperatuur wel! Mijn regenpak gaat mee en dat was geen overbodige luxe…
Als ik in de polder arriveer, m’n autootje uitstap en die heerlijke mestlucht opsnuif, dan merk ik pas hoe kalm ik ben. Ik ga me niet haasten en ik neem mij voor dat de tijd niet tegen mij gaat werken. Sterker nog, ik ga gewoon niet op de tijd letten.
Ik kijk een beetje in het rond. Langs het water en richting de lucht. Het lijkt erop alsof er regen aankomt. Ik besluit mijn regenpak maar vast aan te trekken. Zo hoef ik meteen minder mee te zeulen.
De duiker deelt het water in tweeën. Dit komt omdat er aan 1 kant van de duiker een metalen rooster de ingang verspert. Aan de ene kant zie ik regelmatig dikke golven vanuit de kant komen. Steeds op verschillende plekken. Ik krijg het idee dat de karpers nu iets anders aan hun hoofd hebben. Toch maak ik een drietal voerplekken rond deze kant van de duiker. De andere kant op kan ik heerlijk over het weiland slenteren en ik maak vier voerplekjes, op ruime afstand van elkaar. Denk aan gemiddeld 50 meter tussen elke stek. Op de plekken direct rond de duiker heb ik met grover aas gevoerd. Op de plekken waar minder stroming staat heb ik met fijn spul gevoerd. Gewoon, een testje voor mezelf.

Na het voeren loop ik terug naar de eerste, aangevoerde stek en de eerste, dikke druppels komen al neer op mijn capuchon. De hengel wordt opgetuigd, het aas gaat aan de hair, het schepnet wordt uitgeklapt, het aas dwarrelt naar de bodem en de pen staat perfect. Weinig stroming(relatief gezien op deze stek) en weinig wind. En het regent warm water…
Op het nieuws hadden ze het over ‘enkele’ buien, maar hier blijft het regenen tijdens mijn gehele sessie. En hard ook. De karper schijnt zich er niets van aan te trekken. Na enkele malen de voerstekken bezocht te hebben richting het weiland en twee keer misgeslagen te hebben, ga ik mij weer op de voerstekken rond de duiker zelf concentreren. Het metalen rooster houdt al het drijfvuil tegen, wat normaliter zo door de duiker heen stroomt. Een prachtige schuilplek voor karper en ander vis, want het is echt een flink pak drijfvuil. Mijn pennetje wordt er weer tegenaan geplaatst en ik schenk mezelf maar weer eens een bak koffie in. Onderwijl naar elke vorm van activiteit van karper speurende.

Langzamerhand wordt de stroming sterker en wordt mijn pennetje driftig tegen het drijfvuil gedrukt. Het rode puntje wordt steeds moeilijker te traceren doordat de stroming de pen onder wilt duwen. En dan gebeurt het: de pen is opeens niet meer zichtbaar, het nylon strekt zich als een bezetene, ik sla aan. Een klap op de hengel en een vis die er vandoor snelt. De beker met koffie is, natuurlijk, weer omgevallen. Eventjes sta ik te drillen, als de vis zich snel laat zien. Het lijkt op een verwilderde schub. Een vis die ik hier nog niet gevangen heb. Na een minuut of vijf ligt de snelheidsduivel op de mat. Duidelijk zie ik verwondingen van de paai. De vis gaat snel weer het water in.
Toen ik hier vanmorgen begon te vissen, dacht ik al dat de paai zijn intrede had gedaan. Dit kon je merken door de vele kringen die uit de kant kwamen en vissen die achter elkaar aan zwommen. Maar goed, ik was hier dus nog niet zo zeker van. Wel bedacht ik mij toen direct dat er waarschijnlijk niets gevangen zou worden. Het liep dus toch anders.


Na deze vangst strooi ik wat voer bij en ga weer richting weiland. Een heerlijke wandeling door het hoge, malse en natte gras. Maakt me niets uit, want ik heb uitstekende, nieuwe wandel/trekkingschoenen gekocht. En wat hebben zij hun dienst bewezen vandaag! Echter, aan deze kant van het water is geen karper te bekennen. Ik zie geen activiteit op en rond mijn voerplekjes. Ook niet als ik gewoon het water afspeur naar activiteit op zich. Goed. Met nog een uur tijd(ik moest wel nu, want de jongste komt dan thuis van school…) besluit ik mij volledig op en rond de duiker te concentreren aangezien daar de meeste activiteit te vinden is.

In de volle regen plaats ik mijn pennetje tegen een rietstengel aan. Tijd om te zitten is er nauwelijks; het pennetje stijgt wat, zakt weer terug en gaat er dan vandoor! Ik sla aan en een woeste vis heeft een even zo woeste uithaal. Links van mij begint er al een flink lelieveld te ontstaan. De vis wil daar duidelijk naar toe. Als een vis eenmaal een obstakel dicht in de buurt heeft ‘geroken’, dan zetten ze vaak nog een extra versnelling bij. Ook deze vis doet dat, en de hengel krijgt flinke klappen te verduren. Als een bezetene schiet de vis van oever naar oever. Bijna stuurloos lijkt de vis wel. Gelukkig is mijn materiaal in perfecte staat en dit zorgt ervoor dat ik de verschillende uithalen enigszins met een hart gerust kan pareren. Ik hoef ook niet bang te zijn voor lijnbreuk.
De oever waar ik op sta te drillen is redelijk hoog. De brandnetels staan ook hoog… De vis is klaar om geschept te worden en ik glijd onderuit, met mijn handen vol in de brandnetels. Dit heb ik al zo vaak gehad, dat het onderhand routine is geworden om ook dan de hengel en het nylon onder spanning te houden. Vanaf een afstand bekeken lijkt me dit wel een komisch gezicht.
De vis ligt op de kant en het is echt zo’n strijder. De vinnen worden constant aangespannen en als ik de vis aanraak, dan spant de vis elke spier aan in het lichaam. Blijkbaar nog niet klaar met ‘vechten’. Het is een trotse vis, maar ook puntgaaf! Snel enkele foto’s en weer veilig het water in.
Een 'Stoere Ridder...'

Ik besluit hierna naar het pakket drijfvuil te gaan, de oever tegenover mij. Na een minuut of tien krijg ik het idee dat ik op die voerplek geen vis meer ga vangen. Ik trek mijn stoute schoenen aan en loop weer terug naar de plek van de gevangen, ‘Stoere Ridder’. Feitelijk ligt mijn pennetje een kwartier na vangst weer op dezelfde stek. Ik verwacht niets, maar goed, ik heb nu nog zo’n 15 minuten te vissen.
De pen ligt weer naast de rietstengel, maar niet voor lang! Direct is er weer interesse in het aas. Het pennetje ‘huppelt’ een beetje en gaat dan langzaam onder. Ik haak een hoogzwangere dame. Een logge, trage dril volgt, maar komt al binnen vijf minuten tot een eind. Het is wel de grootste van de dag. De haak is er zo uitgewipt. Even bewonderen, twee foto’s maken. De onthaakmat wordt erbij gepakt om deze vis weer netjes terug het water in te kunnen zetten. Ik controleer of de borstvinnen goed gevouwen zijn, de onthaakmat klap ik dicht en ik loop naar een plek waar ik de vis makkelijker via de onthaakmat het water in kan laten glijden. Toch nog drie vissen weten te vangen. Een glimlach verschijnt op mijn gezicht.
Ik ben maar een eenvoudige visser…



Groet,

Dale


woensdag 10 mei 2017

Tanden bijten in de polder

De dag dat ik wilde gaan penvissen, moest ik helaas aan mij voorbij laten gaan door verschoven, sociale verplichtingen. Niet dat dat erg is, maar de temperatuur op die ene dag was wel erg fijn voor mij en de vissen. Goed, het wordt dus een dag later waarbij de temperatuur minimaal 4 graden lager uitviel en de wind naar windkracht 5 zou aansterken. Ook geen probleem, maar in de polder wordt het dan al gauw erg frisjes. En voor mij, als 'Opperkoukleum... Nou ja, vul de rest zelf maar in.

Ik maak twee voerplekken bij een duiker. De ene kant staat vol op de wind en de andere kant ligt enigszins in de luwte. Vorig seizoen heb ik hier gevoerd met tarwe en ging daar dan bovenop vissen met grover aas. Dat resulteerde in gevangen roofvis. Ik denk dat de tarwe toen veel klein vis aantrok, waarop de snoek en snoekbaars hun kans zagen. De tarwe laat ik nu links liggen...

Door de wind is het lastig mijn pennetje secuur te positioneren. Tevens bemerk ik dat er een stevige onderstroming staat, die lijnrecht tegenover de windrichting staat. Geen probleem, maar het maakt het allemaal wat uitdagender. Het pennetje staat prima. De luwe kant van de duiker levert enkel wat kleine tikken op de pen op. Uit ervaring weet ik dat dit zeker karper kan betekenen op deze plek. Helaas, geen aanbeet. Ik wandel naar de andere kant van de duiker. De kant waar de wind vol op staat te blazen en waar een flinke pakket drijfvuil zich verzamelt. Al gauw danst het pennetje tussen de woeste golven, maar rustend tegen de rand van het drijfvuil.

Drijfvuil...


Zeer spannend, want hoe vaak gebeurt het niet dat je pennetje weg flitst in zo'n situatie? Ik blijf dan ook uiterst scherp en laat mijn oog niet van het pennetje afleiden. Ja, de pen schiet onder! Maar komt ook snel weer boven. Ik vermoed een lijn zwemmer. Ik zie een rechtopstaande, dorre rietstengel tussen het drijfvuil en deze wordt beroerd door een vis. Uit het niets een bellenplakkaat naast mijn pen. En dan schiet de pen weer onder. Ik wacht totdat mijn nylon lijn gaat 'lopen' en sla dan pas aan. Een karper wordt gehaakt. De karper blijft eerst rondjes onder mijn top draaien. Dit voelt als een mooie vis. Dan rukt de vis, zonder waarschuwing, een flink aantal meters van de molen. Bonkende, agressieve halen en de vis heeft op een meter of 15 afstand een lichte obstakel gevonden. Geen beweging meer, maar ik zie het water daar kolken. De vis zit er nog aan. Ik besluit mijzelf te herpositioneren om de vis en mijn nylon vrij te krijgen van de obstakel(s) onder water. Dit lukt en de vis komt gedwee terug. Ik zie de flank van de vis en het is een machtig apparaat! Scheppen maar. Wel zie ik dat de borstvinnen wat onderontwikkeld zijn. Een karper van 79 cm. ligt kort op de kant voor enkele foto's en gaat daarna snel weer het water in. Een glimlach kan ik niet onderdrukken.
Krijg de foto niet gedraaid...


Na deze vangst ga ik weer naar de andere kant van de duiker. Tussen de jonge, opkomende leliebladeren voor mijn voeten, zie ik een vis rondschuiven! Leliebladeren op verschillende plekken worden beroerd door die vis en de zwemroute. Helaas is deze vis ook snel weer weg. Te snel om er mijn aas bij te leggen. Mijn pennetje ligt voor de ingang van de duiker, Weer op een richel van ondiep naar diep(er). Ik hoef niet lang te wachten, want de pen duikt weer furieus weg. Ik sla te vroeg aan.

Regen...
Ik schenk mezelf nog maar een kop koffie in en duik diep weg in de kraag van mijn jas. Wat giert de wind hier over het weiland. Ik twijfel eventjes over het opzoeken van een andere stek, maar de tijd dringt en de wind heeft daar nog meer vrij spel. Ik besluit het hier nog even uit te houden en waarom ook niet? Er is genoeg activiteit. Maar die activiteit stroomt langzaam weg met de steeds sterker wordende stroming en harde wind. Gelukkig! Het begint ook te regenen en mijn handen beginnen alweer te tintelen. Kan mij het ook schelen. De buit is eigenlijk al binnen en ik besluit te stoppen. Volgende keer weer nieuwe kansen!

Groet,

Dale

woensdag 5 april 2017

De richel.

Ik loop voorzichtig langs de waterkant, op zoek naar opvallende stekken. Stekken die bezocht worden door karper. Kleine handjes voer gaan hier en daar het water in. Als ik mij niet vergis dan zie ik af en toe activiteit van karper. Ze verraden zichzelf door de lome boeggolf die met enige regelmaat over het water rolt. Misschien komt dat wel doordat ik mezelf juist verraad met mijn aanwezigheid, maar vluchten doen ze niet. Ze lijken juist te genieten van de uitbundig schijnende zon. Ik geniet eigenlijk wel mee....
Het pennetje staat scherp afgesteld bij de duiker. Het aas ligt op een richel van ondiep naar dieper water. De juiste plek, zo blijkt, want al snel zakt de pen onderuit en zwemt dieper en dieper weg, tegen de stroming in. Ik wacht tot ik mijn uitstaande lijn zie strekken en dan sla ik aan.
De gehaakte karper weet niet wat zich overkomt en komt al snel naar de oppervlakte. Ik houd de vis daar dan ook. Na enkele minuten kan ik de vis al scheppen. Geen enkel moment heeft de slip van de molen het werk hoeven overnemen van de hengel en het nylon.

Een mooie polderschub is weer even voor mij.


Puntgave bek...
Groet,

Dale